In de interne competitie op 19 maart was de belangrijkste partij de strijd tussen Eddy Korevaar en Hans Karelse. Hoewel na de opening het computerprogramma Stockfish een duidelijk voordeel voor wit suggereerde, was Hans daar niet zo van onder de indruk. Eddy pakte voortvarend ruimte op de damevleugel, maar Hans kreeg als compensatie de open a-lijn. De stelling oogde makkelijker speelbaar voor wit, maar veel stelde het “voordeel” niet voor. Toen Hans echter na de 40e zet zijn koning richting centrum liet bewegen, kreeg Eddy mogelijkheden voor een centrale doorbraak en de aanval werd met kracht uitgevoerd en met mat bekroond. Henk van Houwelingen won van Huig Visser. Het ging redelijk recht toe rechtaan en regelmatig en Henk zei na afloop van de partij dat het eindelijk eens een wedstrijd was waar hij een tevreden gevoel aan had overgehouden.

In de halve finales van de bekerstrijd nam Tony Else het op tegen Jaco Vonk die volgens geijkte patronen al snel het bevrijdende e5 kon spelen. Niettemin bleef de strijd redelijk in balans. Hoewel aan het eind van de partij Jaco nog maar heel weinig tijd over had, had hij mede na enkele minder nauwkeurige zetten van wit twee pionnetjes meer. Met een listige zetten verplaatste hij de dame van de ene naar de andere kant van het bord en kon daarna via g6 vernietigend binnendringen over de g-lijn. De geforceerde dameruil hierna op g4 dwong de witte monarch op de h-lijn naar voren, waar het matnet krachtig door Jaco werd dichtgeknoopt.

In de andere halve finale tussen Louis Rutgers en Henk Boot probeerde Louis het rustig, maar bood Henk hiermee een aanknopingspunt om snel op de damevleugel op te stomen. Louis raakte via een slagenwisseling een pionnetje kwijt. Dat het achtergebleven zwarte pionnetje later beslissend zou opstomen was natuurlijk niet te voorzien. Henk zag even later zijn kans schoon en zelfs een tweede pionnetje te winnen. Het kostte nog flink wat tijd en moeite te bewijzen dat de stelling gewonnen was. Toen Louis een klein kansje niet waarnam, was Henk er als de kippen bij om stukken te ruilen, waarna het toreneindspel voor hem gewonnen was.

In de 25e ronde van 26 maart liet Rob van Driel zich tegen Henk van Houwelingen van zijn goede kant zien: een mooi pionnencentrum in een toreneindspel met een pion meer. Toen een witte toren via f6 nog een pionnetje op de damevleugel meenam en daarna nog een, was de winst binnen.

Bram Capelle had niet zijn avond tegen Mark Couwenberg. Mark speelde sterk, kreeg twee pionnen voordeel, pende een stuk en wit had bovendien een versplinterde pionnenstelling rond zijn koning. Na zo’n 20 zetten was de partij al beslist in het voordeel van Mark.

Hans Karelse nam tegen Arjan Uittenbogerd het initiatief op de damevleugel. De zwarte stukken stonden er op de laatste rij wat zielig bij. Hans vergrootte langzaam aan zijn voordeel en draaide de duimschroeven nog maar eens flink aan. Arjan kon het niet droog houden en verloor na deze goede partij van Hans.

Harde strijd werd geleverd door Louis Rutgers tegen Bert van Geldere. Louis koos een ogenschijnlijk rustige partijopzet, waardoor Bert meer ruimte had op de damevleugel. Louis vertelde later dat hij had gezien dat het zwarte initiatief niet zou doorslaan. Hij stond erg goed, maar Bert dacht een pion te kunnen terugwinnen met zijn toren, die ogenschijnlijk vervaarlijk via de c-lijn binnenviel. Maar Louis sloot handig de terugtocht van de toren af en kon met zijn d-pion opstomen. Hij won uiteindelijk de partij overtuigend en was terecht tevreden over de gevolgde speelwijze.

De langste partij was de topper tussen Henk Boot en Eddy Korevaar. Eddy speelde opnieuw een geliefde openingsvariant. Henk deed het niet erg handig en belandde in een moeizame stelling. Toen hij ook nog wat passief verdedigde, had Eddy groot en waarschijnlijk wel beslissend voordeel kunnen krijgen. De gekozen opstoot met zijn damevleugelpionnen tegen de koning van Henk was te traag, waardoor Henk zijn stukken kon hergroeperen en een gelijke stand bereiken. In de fase hierna trok Henk langzaam het initiatief naar zich toe en kon hij met een gerust hart dankzij een betere pionnenstelling aansturen op stukkenruil en een eindspel. Hoewel in het lopereindspel de loper van Henk nogal opgesloten oogde, kon hij met een “pseudo-offer” zijn loper in het spel betrekken. Er resteerde een gewonnen pionnen eindspel voor wit. Dit was niet de eerste keer dat Eddy tegen Henk aan het eind van de avond met lege handen achterbleef.