Een gedenkwaardige schaakavond met cadeautjes die werden uitgedeeld en engeltjes die neerstreken op de schouders van twee spelers die in zeer zwaar weer terecht waren gekomen, lees: glad verloren stonden, maar de winst toch aan het eind van de avond in hun “balboekje” konden bijschrijven.

In de interne competitie kreeg Jaco Vonk te maken met André van Wingerden. Nu staat André natuurlijk bekend om zijn avontuurlijke manier van schaken, waarbij de opening wel eens een gambietje van stal wordt gehaald. Nu was het Jaco die op zet 5 een pionnetje offerde en André nam het aan maar schrok vervolgens zo van de matdreiging op f7 na 6. Dd5 dat hij opgaf!!! Maar dat was zeker volgens de computer erg voorbarig. Maar André had zijn avond niet en had de venijnige resource niet gezien. André is hier overigens in goed gezelschap, want in het laatste TATA-toernooi gaf Samuel Shankland, kampioen van de USA, op tegen Anish Giri in een eindspel dat theoretisch remise was. Een meeslepend gevecht werd geleverd door Hans Karelse en Eddy Korevaar. Er kwamen bekende patronen vanuit de opening op het bord en beiden speelden een sterke partij. Hans kon op een bepaald moment weliswaar een pion winnen, maar was beducht voor Eddy’s compensatie. In de analyse na afloop bleek de pionwinst voor Hans overigens wel goed te zijn geweest. Het werd voor wit toenemend lastig goede zetten te vinden met een actieve dame en loper van Eddy. Hans besloot tot een kwaliteitsoffer, maar speelde Eddy daar eigenlijk alleen maar mee in de kaart. Met weinig tijd voor beiden trok Eddy het eindspel overtuigend naar zich toe. Jeroen Brandsma speelde tegen Arjan Uittenbogerd, die aan een goed seizoen bezig is. Na een vrij vroege dameruil, waarbij wit een licht beschadigde pionnenstructuur overhield, werd de strijd voortgezet. Het evenwicht leek nog niet echt verbroken, toen in het eindspel Jeroen door zijn vlag ging. Jan Post had tegen Bert van Geldere een achtergebleven pion op e3 en al zag het er voor de omstanders nogal remise-achtig uit, kon Bert vorderingen maken, Jan in zetdwang brengen en hiermee de partij beslissen. Bert van Hees had het moeilijk tegen Wim Rietveld al was het niet zo eenvoudig voor Wim om verder te komen. Maar toen hij toch een pionnetje voorkwam en veel stukken waren geruild, was het eindspel overduidelijk voor Wim gewonnen. Wim Deurloo speelde tegen Hans Kooy. Er resteerde na ruil van zware stukken een eindspel met 2 paarden voor wit en 2 lopers voor zwart. Hans kreeg zijn lopers achter de witte stelling, kon een vrijpion creëren en hiermee de partij beslissen. Het engeltje van de interne competitie had plaats genomen op de schouder van Louis Rutgers, die zich in de opening tegen Mark Couwenberg ernstig vergaloppeerde en zijn dame en 2 pionnen kwijtraakte en daarvoor slechts een toren en loper terug kreeg. De toeschouwers en de spelers telden het punt eigenlijk al voor Mark, maar Louis kon zowaar loskomen en met twee torens een beslissende aanval uit de hoge hoed toveren.

Er werden ook nog drie bekerwedstrijden ingehaald. Chris Tromp kreeg tegen Rob van Driel materieel voordeel en won regelmatig. Henk van der Hoek speelde tegen Tony Else. De stelling leek lang in evenwicht en een remise was dan ook geen echte verrassing voor velen. In de analyse na afloop liet Tony zien dat Henk ergens een vrijwel zekere winstkans heeft laten liggen. Het tweede engeltje van de avond had zich genesteld op de schouder van Henk Boot, die het opnam tegen Bram Capelle. Beiden zetten de partij rustig op. Toen Henk na ruil van de a-pionnen de zet 22. Ta7 speelde pende hij een zwart paard op d7. Bram brak echter de pionnenstelling op de damevleugel open en trok zich er niets van aan dat Henk de dreiging tegen het zwarte paard opvoerde met Lb5. Henk had nu koelbloedig Lxd7 moeten spelen. Na een lange vrij geforceerde variant zou hij groot voordeel hebben gehad, maar Henk begon steeds meer leeuwen en beren op de weg te zien. Hij reageerde met een zwakke zet, waarna Bram met een serie sterke zetten winnend voordeel bereikte, al had het hem wel heel veel tijd gekost. Toen Bram op zet 28 één aarzelende zet deed, was Henk er als de kippen bij om alsnog het paard op d7 te nemen en daarna een beslissende tegenaanval in te zetten. Een miraculeuze ontsnapping…, dat moet wel van dat engeltje zijn gekomen.