Aan de vooravond van pakjesavond werd de eerste ronde van de bekercompetitie gespeeld. Louis Rutgers en Jeroen Brandsma waren aan elkaar gekoppeld.

Jeroen kwam op de damevleugel met een flink aantal pionnen naar voren, maar er werden nogal wat stukken geruild. Er resteerde een gelijkstaand eindspel van toren met licht stuk en aan beide zijden nog een 6-tal pionnen, dat eindigde in remise.

Bram Capelle nam revanche tegen Taco van de Poll na zijn eerdere nederlaag in de competitie. Taco speelde het naar eigen zeggen te passief en Bram wist daar dus wel raad mee.

Een ander stevig duel werd uitgevochten door André van Wingerden en Henk van der Hoek. Hoewel Henk in het middenspel een pion voorkwam en overwegend stond, meende hij de pion met een offer te moeten teruggeven voor een mooi initiatief. De pion verdween wel, het initiatief kwam er niet en er resteerde een gelijk staand toreneindspel, waarbij uiteindelijk deze partij ook in remise eindigde.

John stelde zich goed op tegen Jaco Conk. Na ruil van nogal wat stukken kwam er een redelijk gelijkstaand eindspel op het bord, waarin beide een toren, paard en nogal wat pionnen hadden. Vanzelfsprekend probeerde Jaco de strijd in zijn voordeel te beslechten. John had weliswaar een isolani en een wat zwakke pion op b2, maar Jaco had beduidend minder tijd, hoewel dat voor hem maar zelden een echt probleem vormt. In het verdere eindspel bleek het ratingverschil toch duidelijk en trok Jaco de partij naar zich toe.

Een ander interessant gevecht werd geleverd door Hans Kooy die het opnam tegen Eddy Korevaar. Eddy kwam weliswaar goed uit de opening, probeerde in het middenspel de ruil van lichte stukken te vermijden om niet in een remise-eindspel te belanden. Met dit wat verkrampte spel verkreeg Hans de betere stelling. Na een schaakblindheid van Eddy ging er vervolgens een belangrijke pion verloren en stond Hans gewonnen. Verrast door de voordelige stelling, maar met het idee dat de winst nog wel wat techniek zou vergen bood Hans remise aan en kon Eddy niet anders dan dit aanbod met het schaamrood op de kaken aanvaarden.

Tijmen Schakel speelde een interessante partij tegen Arjan Uittenbogerd. Tijmen stond na de opening duidelijk beter, met vlak voor de 20e zet meerdere goede mogelijkheden. Het leek oppervlakkig vanaf de zijlijn een redelijk evenwichtige strijd, maar de betere stelling speelde toch voor Tijmen veel makkelijker, waarbij Arjan in de fout ging en Tijmen eenvoudig won.

Wim Rietveld speelde tegen Marcel van Wingerden een goede partij en trok zoals Marcel na afloop vertelde, de gehele trukendoos open en vond steeds de goede zetten en won verdiend.

Mark Couwenberg kruiste de degens met Bert van Geldere. Bert was in deze woeste openingsvariant duidelijk beter thuis en trok het punt overtuigend naar zich toe.

Martijn Stam verslikte zich in de opening en Chris Tromp accepteerde de pionwinst en voerde de partij daarna naar winst. Wim Deurloo redde het niet tegen Hans Karelse. Hans kreeg een mooie aanval tegen de witte koning. Wim kon echter de dame van Hans weer terugjagen. Hans schrok nogal van een mogelijk loperoffer op h7. Van schrik offerde Hans zijn dame voor een witte toren, hierna stond wit beter, maar Hans kon toch nog wel een aantal dreigingen uit de kast halen. Toen Wim hierop niet het goede antwoord vond, trok Hans uiteindelijk aan het langste eind.

Rob van Driel, Tony Else, Huig Visser, Henk Boot, Bert van Hees en Ernst Delwel boekten eveneens een overwinning en plaatsen zich voor de tweede ronde op 22 januari. De remisespelers zullen elkaar de komende weken nogmaals treffen met verwisselde kleuren om te zien wie van dit zestal zich ook voor de tweede ronde zal plaatsen.