In de 6e ronde trad Arjan Uittenbogerd aan tegen koploper Jaco Vonk. Vanuit de opening kreeg Jaco een aanzienlijk (ruimte)voordeel, won een pion en dreigde Arjan te overlopen. Die pakte zijn enige praktische kans en offerde een stuk tegen twee pionnen en kon daardoor weliswaar loskomen en tegenspartelen, maar het materiële voordeel voor Jaco was ruim voldoende om de winst binnen te halen.

Hans Karelse nam het op tegen Henk Boot. Henk bereikte met zwart gemakkelijk gelijk spel en Henk probeerde met langzaam manoevreren Hans tot een fout te verleiden. Toen Henk rond de 30e zet zijn witte loper naar b5 speelde en ruilde tegen een paard op d3 had hij eigenlijk geen goede mogelijkheden meer om verder te komen. Hans pakte zijn kans en brak met een pionopstoot de koningsvleugel openen, waardoor Henk in zwaar weer belandde. Hij kon de talrijke dreigingen van Hans niet goed meer pareren, maar toen Hans met nog maar weinig tijd op de klok op de 44e zet niet de dames ruilde, kwamen er opeens weer overlevingskansen voor Henk. Toen Hans daarna meende een kwaliteit te kunnen winnen, overzag hij een verdedigingszet van Henk en was hij pardoes een loper kwijt. Henk liet zich dit buitenkansje niet ontglippen en won dus op erg gelukkige wijze de partij. Daarmee blijft hij, zij het met horten en stoten, nog wel enigszins in het spoor van Jaco op de ranglijst.

André van Wingerden en Jeroen Brandsma speelden een vrij rustige en vooral strategische partij. Hoewel Jeroen na afloop dacht dat hij ergens een kans op voordeel had laten liggen, was het evenwicht in de stelling nimmer verbroken en was remise een logische uitslag.

Louis Rutgers kreeg tegen Eddy Korevaar dezelfde opening van Eddy te bestrijden als eerder Henk Boot en Jaco Vonk. Toen Eddy de centrale pion op e4 won en een actieve stand van zwarte stukken had, had hij duidelijk voordeel en leek hij op winst af te stevenen. Echter, Louis was niet van plan zich daarbij neer te leggen, kwam met een verassend kwaliteitsoffer op de proppen, gevolgd door een dubbele aanval op twee zwarte stukken, waardoor Eddy zich gedwongen voelde zijn sterke loper op e4 terug te offeren. Echter, met een tussenzet met zijn aangevallen toren had hij zijn voordeel kunnen vasthouden. In het daarna volgende eindspel kon geen van de twee de winst naar zich toe trekken en werd besloten tot remise.

Hans Kooy kreeg tegen Ernst Delwel in een stelling met tegengestelde rokkades een zware aanval tegen zijn koning te verwerken, waarbij Ernst met pionnen en meerdere stukken de verdediging rond witte monarch aan flarden werd gespeeld en won Ernst overtuigend.

Verder wonnen Taco van der Poll, Tony Else, Ton Lodder en Bert van Hees hun partij.

Deze avond trad het derde team voor de eerste externe wedstrijd aan tegen de Doredenkers en wonnen overtuigend met 5½-2½. Na een vlotte start, 4-0 voorsprong kwam er wat zand in de motor kwam door de nederlagen van Henk van der Hoek en Bram Capelle. Winst was er voor Marcel van Wingerden, Jan Post, Mark Couwenberg, John Dessens en Rob van Driel. Bert van Geldere speelde remise.